Vrijdag, 9 november 2018 - Elzenhagen, Meester-Wimplein - Lang, heel lang geleden was er eens een Romeins soldaat. Hij heette Martinus en had een mooie rode mantel ... Zo begint het verhaal, dat de kleuters op vrijdagmiddag kregen voorgeschoteld. Een mooi begin voor het weekend van Sint Maarten en bovendien helemaal passend bij het thema van de kleuters: kledingstukken van Maarten, Klaas, Piet en alle andere figuren, die in december een hoofdrol spelen. Kragen, mijters, mantels, onderrokken, knopen, spelden, handschoenen, ringen en wat je allemaal nog meer kunt bedenken. Waar worden ze gemaakt? Door wie worden ze gemaakt? Hoe maak je ze eigenlijk? En wat heb je daar allemaal voor nodig? Hele belangrijke vragen, maar eerlijk is eerlijk, de antwoorden zullen moeten wachten tot volgende week, wanneer het feest van Sint Maarten is geweest. Tot die tijd zijn lampionnen en snoepjes natuurlijk veel te belangrijk ... (Het verhaal van Sint Maarten op Elzenhagen staat onder de foto's om thuis nog een keer voor te kunnen lezen.)

GR12 - Mantel van Maarten GR12 - Mantel van Maarten

GR12 - Mantel van Maarten

Verteller (Anno):

Martinus was de zoon van een rijke koopman. Lang, heel lang, heel heel heel lang geleden was hij soldaat in het Romeinse leger. Op een dag reed Martinus met een groepje soldaten naar een grote stad. Het was koud en mistig. Martinus had zijn lange mantel goed om zich heen geslagen. Zo had hij het heerlijk warm. Ze hadden haast, want ze wilden voor donker binnen de stadsmuren zijn. Toen ze bij de stadspoort aankwamen, stapte er plotseling een arme man op hem af. Hij had geen schoenen, geen jas en geen sokken aan, Je kon aan hem zien dat hij het erg koud had.

 

Martinus komt aan gegaloppeerd. Drapeert overdreven zijn mantel om zich heen. Geniet van de warmte van zijn mantel. Komt bij de stadspoort en passeert de zwerver ...

 

Martinus (Stijn):

'Wat is er met jou aan de hand? Wat doe je hier? Waarom ga je niet naar binnen? Heb je het niet ontzettend koud?'

 

Bedelaar (Susanne):

'Ach, ik heb het koud en ik heb zo'n honger. Ik heb geen geld. Ik ben een bedelaar.'

 

Verteller (Anno):

Martinus dacht even na. Hij zou zijn mantel wel willen geven, maar in die tijd moesten soldaten altijd hun rode mantel aan. De mantel hoorde bij hun uniform. Wat moest Martinus nu doen? Hij kon die arme man daar toch niet zomaar laten staan? Plotseling kreeg hij een goed idee.

 

Martinus (Stijn):

'Ik  weet wel een oplossing. Ik geef je de helft van mijn mantel. Dan kan ik de andere helft omgeslagen houden!'

 

Verteller (Anno):

Hij deed zijn mantel af, trok zijn zwaard en hakte de mantel in twee stukken. Eén stuk gaf hij aan de arme man en het andere stuk sloeg hij zelf weer om zijn schouders. Daarna pakte hij zijn beurs en gaf de man wat geld. De arme man was erg blij. Heel erg blij. Ontzettend blij. Nu had hij een mantel tegen de kou en wat geld om eten te kopen. Hij bedankte Martinus en vertrok. En Martinus? Die reed daarna tevreden met zijn soldaten de stad binnen.

 

Martinus trekt zwaard en steekt hem in de mantel. Trekt hem in tweeën. Geeft geldstukken aan bedelaar. bedelaar bedankt Stijn ...

 

Verteller (Anno):

Het verhaal van Martinus en de arme man is een oud, een heel oud, een heel heel oud verhaal. Maar toch vieren we nog altijd het feest van Sint Martinus ... Sint Maarten. Elk jaar, op 11 november, gaan kinderen met een lampion en een vrolijk liedje bij de mensen langs. Om ze licht te brengen. Om voor ze te zingen. Om ze vrolijk te maken.

 

Allemaal met de kinderen samen:

Sint Maarten, Sint Maarten

De koeien hebben staarten

De meisjes hebben rokjes aan

Daar komt Sinte Maarten aan!